U kunt pensioen ontvangen van de overheid, van uw (vroegere) werkgever of uit eigen opgebouwde middelen.

Ons pensioenstelsel wordt vaak grafisch weergegeven als een pensioengebouw met drie lagen. 

  1. De eerste laag, de basis, wordt gevormd door de pensioenen die u van de overheid krijgt: de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Nabestaandenwet (ANW) en de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
  2. De tweede laag, bestaat uit de werknemerspensioenen, ook wel aanvullende pensioenen genoemd. Deze worden afgesproken tussen werkgever en werknemer.
  3. De derde laag, wordt gevormd door de eigen middelen die u als pensioenvoorziening gebruikt. U kunt daarbij denken aan lijfrentes, spaarrekeningen, een aandelenportefeuille, of andere vormen van vermogen, zoals een eigen huis of bedrijf.